Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
De ontwikkeling in het vak die de deelnemers aan het rondetafelgesprek zien is dat het steeds meer om de inhoud gaat dan om de procedures. Volgens Wim Schul (FNV Formaat) speelt de crisis daar een grote rol in. Or-leden staan voor lastige vragen en moeten soms haast intuïtief heel belangrijke besluiten nemen. Voor veel bestuurders geldt precies hetzelfde. Hans van Teijlingen (Odyssee) zegt hierover: ‘Bestuurders hebben in deze tijden ook slapeloze nachten. Zij zoeken vaker toenadering tot hun or, omdat samenwerking betere resultaten oplevert. Daarom is het goed om met elkaar te kijken wat die samenwerking ten goede komt. En daarin vind ik mijn rol.’ <P><B>Lastige kwesties</B><br> Vaak wordt gedacht dat de internationalisering van het bedrijfsleven de medezeggenschap alleen maar voor extra problemen stelt, maar dat beeld blijkt te eenzijdig. Angelsaksisch georiënteerde managers kunnen vaak verrassend goed overweg kunnen met medezeggenschap, aldus Wim Schul. En Jan Hermes ervaart dat bestuurders van Nederlandse werkmaatschappijen in een buitenlands concern vaak openstaan voor samenwerking met hun ondernemingsraad als ze denken dat een bondgenootschap beter is voor ‘hun’ bedrijf. Dat stemt hoopvol, maar er staat tegenover dat het aandeelhoudersdenken nog steeds erg dominant is in Nederland, en dat plaatst or-leden voor lastige kwesties.</P> <P><B>Relaties</B><br> Voor de drie oudere adviseurs geldt dat ze langdurige en soms innige betrekkingen met een or en een bedrijf ontwikkelen. Aukje Menger (SBI) is degene die het meest afstand houdt: ‘Dat werk- en privétijd wel eens door elkaar gaan lopen geldt voor mij ook, maar dat vind ik wat anders dan vriendschappen ontwikkelen. Ik houd het graag zakelijk. In de meeste gevallen houd je natuurlijk wél contact, ook achteraf. Dan hoor je hoe het gegaan is.’ Maar dat spreekt vanzelf, vinden de mannen: ‘Dat hoort onder het hoofdje evaluatie.’ Ze onderkennen wel dat er valkuilen zitten in dat intensieve meeleven met je klant. <br> Wim Schul: ‘Ik denk dat wij het in de toekomst steeds meer moeten hebben van het opbouwen van nauwe relaties – vriendschap is voor mij niet helemaal het woord dat de lading dekt. Dingen die mensen moeten weten, kunnen ze steeds makkelijker zelf opzoeken. Mijn rol is meer om te vragen: hoe kijk je hiertegen aan, wat doe je daarmee?’ Aukje: ‘Daarom zie ik mezelf ook niet als trainer, maar als begeleider. Het is in die rol natuurlijk wel belangrijk dat je de taal van zo’n groep gaat snappen.'</P> <P><B>Wat verwachten adviseurs van de toekomst van de medezeggenschsp</B><br>Jan Hermes : ‘Je kunt niks meer voorspellen, dat is het hem juist in deze tijd. Deze vraag gaat eigenlijk meteen over de hele samenleving. Het hele systeem zoals we dat nu kennen, kan zo in elk geval niet blijven doorgaan, lijkt mij. Dat loopt vast.'<br> ‘Ik denk hoe dan ook dat medezeggenschap – of werknemersbetrokkenheid, als je het breder neemt – van eminent belang blijft’, zegt Hans van Teijlingen. Wim Schul: ‘Het zal helderder worden wat de bijdrage van ondernemingsraden kan zijn.’ Van Teijlingen weer: ‘Die zit hem tóch in de formele kant van de WOR. In het vertegenwoordigende karakter van de gekozen ondernemingsraad.’ ‘Denk je dat die over twintig jaar nog bestaat dan?’ vraagt Aukje. Hans: ‘Dat hoop ik in elk geval.'<br> Aukje preciseert haar zorg als volgt: ‘Het zou mooi zijn als ondernemingsraden weten mee te veranderen met hoe organisaties veranderen.’ </P> <P>Lees in het <A href="https://ornet.test.vmnmedia.com/files/downloads/rondetafelgesprek_orin-11-2011.pdf">volledige artikel </A>ook de meningen van Sarah Westerlaken (blooming), Esther Miltenburg (WvM) en Bob Vermaak (FNV Formaat).</P>