Selectieregeling in sociaal plan instemmingsplichtig?
Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
De Dienst Stadstoezicht van de Gemeente Amsterdam vroeg zijn or om advies over een voorgenomen besluit tot reorganisatie. Er was een sociaal plan opgesteld, waarin was opgenomen dat plaatsing in de nieuwe organisatie zou gebeuren op basis van kwaliteit in plaats van anciënniteit. Daarover werd geen overeenstemming met de vakbonden bereikt. De or adviseerde om deze reden ook negatief over het sociaal plan, maar Stadstoezicht zette het besluit door. Vervolgens stelde de or dat de plaatsingsprocedure in het sociaal plan instemmingsplichtig was omdat dit een besluit betreft op het gebied van het aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid. De or vorderde in kort geding dat de Dienst Stadstoezicht hem om instemming met het sociaal plan moest vragen.
Oordeel
Volgens de voorzieningenrechter vormt het voorgenomen reorganisatiebesluit, waarvan het sociaal plan onderdeel is, echter geen regeling als bedoeld in artikel 27 lid 1 WOR, maar behoort het tot de besluiten als bedoeld in artikel 25 lid 1d WOR, waarover de ondernemer de ondernemingsraad om advies dient te vragen. Het derde lid van artikel 25 WOR verplicht de ondernemer aan de ondernemingsraad een overzicht te geven van beweegredenen voor het te nemen besluit en van de gevolgen die het besluit naar valt te verwachten zal hebben voor de in de onderneming werkzame personen en van de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen. Tot die maatregelen behoort in het onderhavige geval ook het sociaal plan ten behoeve van de werknemers die door de reorganisatie worden geraakt. Een uitsluitend voor een bepaalde reorganisatie in het leven geroepen sociaal plan is slechts bestemd voor eenmalige toepassing en betreft niet aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid binnen de onderneming. Dit wordt niet anders doordat de vakbonden geen overeenstemming met de ondernemer bereiken over de inhoud van het sociaal plan dat uitsluitend werking heeft in verband met de voorgenomen reorganisatie. Hij weigert daarom de gevraagde voorziening.
Commentaar
De or dacht dat als met de vakbonden geen overeenstemming kon worden bereikt over het sociaal plan, de instemming van de or nodig was. Dat zou echter alleen het geval zijn als het een besluit betrof in de zin van artikel 27 lid 1 WOR. De daar gegeven opsomming betreft echter alleen besluiten met een algemene strekking. Zij hebben betrekking op meermalen voorkomende situaties, zoals een gevoerd ontslagbeleid. Een eenmalige reorganisatie valt daar niet onder. Het is begrijpelijk dat de or dit anders zag, omdat een bepaling over de ontslagvolgorde in het sociaal plan lijkt op een ontslagbeleid. Een heel andere vraag is of de ontslagen bij de dienst wel de toets van de ambtenarenrechter kunnen doorstaan, maar daar heeft de or verder geen rol bij.
Toch is het nog wel van belang dat de rechter vaststelt dat het sociaal plan wel adviesplichtig is. Ook dat spreekt wellicht niet voor iedere ondernemer vanzelf. Stadstoezicht had de wet in dit opzicht juist toegepast, maar de or had zijn rechten hier inmiddels laten lopen.
Bij een geschil met de ondernemer over de vraag of iets advies- of instemmingsplichtig is, is het aan te bevelen toch maar advies uit te brengen, voor het geval de ondernemer terecht advies heeft gevraagd. Er moet dan ook al beroep tegen het van het advies afwijkende ondernemersbesluit bij de ondernemingskamer worden ingesteld om de rechten van de or veilig te stellen, zelfs al zou de or zelf menen dat de hele kwestie niet onder het adviesrecht valt. Mocht de or in deze procedure ongelijk krijgen, dan kan hij alsnog de procedure volgen om de instemmingsplichtigheid vast te stellen.
Rechtbank Amsterdam 28 februari 2008, JAR 2008/122
Guus Heerma van Voss
Meer interessante en relevante jurisprudentie vindt u in Rechtspraak voor Medezeggenschap.












