Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
<P>Er zijn evenveel visies op innovatie als er deskundigen zijn. Hoogleraar Jan Kees Looise van de TU Twente introduceerde in 1996 een innovatiedriehoek die nog altijd hout snijdt, die onderscheidt drie aspecten van vernieuwing binnen bedrijven: economische innovatie die vooral te maken heeft met producten en diensten; technologische innovatie van met name bedrijfsprocessen en tot slot sociale innovatie die vooral betrekking heeft op het menselijke potentieel.</P> <P>Sociale innovatie kunnen we volgens Looise ook als een driehoek van onderling afhankelijke aspecten beschouwen. Het eerste aspect is talentontwikkeling: investeren in het menselijke kapitaal van een onderneming, onder meer door opleiden en ontwikkelen. Het tweede aspect betreft de organisatie van het werk. Daarbij gaat het om vraagstukken rondom leiderschap, (zelf)sturing en het structureren van werkprocessen. Het derde aspect van de sociale innovatiedriehoek draait om participatie: de mate waarin medewerkers ervaren dat het bedrijf hun betrokkenheid stimuleert en waardeert. </P> <P>Participatie leidt tot betere besluiten binnen een bedrijf. Hieronder gaan we nader in op dat laatste aspect, dat door de Werkplaats voor Medezeggenschap is uitgewerkt in de participatiedriehoek. Ook binnen participatie onderscheidt WVM drie aspecten: directe, indirecte en financiële participatie. We spreken van directe participatie als medewerkers actief betrokken zijn bij innovaties. Voorbeelden zijn kwaliteitskringen, werkoverleg en verbeterteams. Directe participatie is een van de terreinen waarop veel winst te behalen valt. Dat komt omdat veel innovaties vaak top-down plaatsvinden. </P> <P>Het tweede aspect, financiële participatie, is een beetje in de vergetelheid geraakt. De meeste mensen zullen winstdeling beschouwen als een achterhaald idee uit de jaren zestig. Vormen van prestatiebeloning zijn omstreden en bovendien heeft dit aspect een slechte naam gekregen vanwege exorbitante optieregelingen en bonuspakketten voor CEO’s. Maar de kern van financiële participatie is niet per definitie verkeerd.</P> <P>Het derde en laatste aspect van de participatiedriehoek vormt de indirecte participatie: alle vormen van vertegenwoordigend overleg rondom onder meer innovatie. Met andere woorden, de medezeggenschap. </P> <P>Recent NCSI-onderzoek naar innovatie laat zien dat het or-werk complexer is geworden en dat de competenties van het or-lid daarbij dreigen achter te blijven. Onder invloed van globalisering en individualisering worden or’s geconfronteerd met complexe vraagstukken zoals outsourcing van werkzaamheden, de groei van de flexibele schil ten koste van het vaste personeelsbestand of de invulling van lokale arbeidsvoorwaarden op basis van cao-raamovereenkomsten. Kortom, de context van het or-werk is uitdagend. Tegelijkertijd constateert het onderzoek een aantal zwaktes, waaronder de voornamelijk reactieve opstelling van de gemiddelde or, informatieachterstand en tijdgebrek bij or-leden en het gebrek aan samenwerking tussen or en vakbonden. En dat, terwijl de ontwikkelingen juist om een proactieve houding van de or vragen. Dat betekent het mee-ontwerpen van (sociale) innovatieprocessen waarin de inbreng van medewerkers beter geborgd is, zodat de voorgenomen innovaties succesvoller zijn en innovatief ondernemen echt vorm krijgt. Dat betekent ook het zoeken van de dialoog met de bestuurder, om vervolgens vanuit een eigen visie in samenspraak met de achterban, die dialoog inhoud te geven.</P>