Ook is de eis van de werknemers om weer toegelaten te worden tot het werk toegeweze, op straffe van een dwangsom voor elke dag dat de Vlissingse Bootliedenwacht (VLB) geen gehoor geeft aan dit vonnis.
In februari diende al een kort geding van twee medewerkers die toelating to het werk eisten en ook loonbetaling vorderden. De eerste eis werd afgewezen omdat VLB voor de rechter verklaarde dat zij op korte termijn een verzoek zou indienen om de arbeidsverhouding te laten ontbinden. De tweede eis is wel toegewezen en VLB moest doorgaan met loonbetaling. Het ontbindingsverzoek is er tot op de dag van vandaag niet gekomen.
Vervolgens probeerde VLB van een derde werknemer af te komen door het UWV om toestemming te vragen om de arbeidsverhouding op te mogen zeggen, omdat deze verstoord zou zijn vanwege de acties. Collega’s wilden volgens de VLB niet meer met hem werken, en de werknemer zou zelfs collega’s hebben bedreigd. VLB kon geen enkel bewijs daarvoor leveren en het bleek zelfs een onware bewering te zijn. De collega’s verklaarden schriftelijk nimmer te zijn bedreigd en nooit problemen met hun collega te hebben gehad. Ook niet tijdens de stakingen. Op 20 mei 2011 wees het UWV Werkbedrijf het verzoek dan ook af.
VLB gaf niet op en stuurde een recherche bureau achter deze derde werknemer en zijn vierde collega aan. Zij werden op staande voet ontslagen, omdat zij aantoonbaar nevenwerkzaamheden zouden hebben verricht. Verder werd de zaak aangedikt tot ongekende proporties. Tegen deze ontslagen diende op 26 mei jl een kort geding en is gisteren een uitspraak gedaan door de rechter met positief resultaat voor de werknemers.












